(Mis)Opvattingen over leren

"We geloven graag, en we geloven zeker graag als het over onderwijs gaat. We hebben namelijk allemaal het beste voor met onze kinderen. We willen voor hen enkel wat goed is. Daarom zoeken we constant naar nieuwe inzichten en nieuwe mogelijkheden in de hoop dat die beter zullen zijn en dat onze kinderen en jongeren beter zullen leren."  (uit: Jongens zijn slimmer dan meisjes, De Bruyckere P. & Hulshof C., LannooCampus 2013)

Uit onderzoek weten we steeds meer over o.a. de werking van onze hersenen en ons cognitief functioneren. Deze kennis vindt bovendien steeds meer zijn weg naar nieuwe onderwijs- en begeleidingsmethoden, wat zeer goed is. Jammer genoeg blijken daar ook heel wat theorieën en manieren van aanpak tussen te zitten die ondertussen achterhaald zijn of slechts in bepaalde mate werken. Dus hoewel heel wat leerkrachten dagelijks heel goed werk leveren en willen leveren (en dat willen we toch met klem benadrukken!), werken ze hierbij te vaak op basis van foutieve theorieën en opvattingen.

In aanloop naar de studiedag 'Mythe of meer?' die op 25 maart 2013 werd georganiseerd ism Howest en LannooCampus, heeft Leren.Hoe?Zo! met de medewerking van Pedro De Bruyckere via een online bevraging (thesistools.com) een aantal opvattingen over leren, jongeren en onderwijs voorgelegd aan diverse doelgroepen in het onderwijs, zowel in Vlaanderen als in Nederland. De bedoeling hierbij was om te verkennen hoe sterk bepaalde (mis)opvattingen leven in de onderwijswereld en/of bepaalde overtuigingen sterker leven binnen bepaalde groepen. Deze enquête pretendeert niet representatief te zijn, maar probeert enkele tendensen te schetsen.

De vragenlijst bestond uit twee delen. In een eerste deel van de enquête werden de respondenten bevraagd over een aantal persoonlijke kenmerken (geslacht, nationaliteit, onderwijsniveau, functie en aantal jaren leservaring). Vervolgens werd elke respondent gevraagd om de onderstaande opvattingen over leren en onderwijs te beoordelen. Hierbij moest een score van 1 tot 5 worden aangekruisd (1=helemaal niet akkoord, 5=volledig akkoord)

  1. Jongeren leren vandaag anders dan vroeger.
  2. We benutten slechts een klein deel van onze totale breincapaciteit.
  3. Kinderen leren meer via traditioneel klassikaal onderwijs.
  4. Sommige mensen hebben een uitgesproken visuele, auditieve of kinesthetische leerstijl.
  5. Er bestaan bepaalde bewegingsoefeningen die je brein tot beter leren stimuleren.
  6. Er zijn andere intelligenties dan het klassieke IQ die schoolse resultaten kunnen voorspellen.
  7. Leerkrachten stemmen hun onderwijsstijl best af op zichzelf dan op de leerstijl van hun leerlingen.
  8. De kracht van mindmapping ligt in het benutten van beide hersenhelften.


Hierna bespreken we per stelling de voorlopige resultaten en conclusies. Er bleken voorlopig geen significante verschillen op basis van geslacht, nationaliteit, functie, onderwijsniveau of aantal jaren leservaring. Daarom geven we enkel de algemene resultaten mee.

Stelling 1: Jongeren leren vandaag anders dan vroeger.

 
(1 = helemaal niet akkoord; 5 = helemaal akkoord)

Heel wat leerkrachten, nationaal en internationaal, ervaren dat jongeren de dag van vandaag anders zijn, ook op vlak van leren. Ook bij onze respondenten is bijna driekwart hiervan overtuigd.

Heel vaak wordt technologie hiervoor als één van de voornaamste redenen naar voren geschoven. Bovendien ervaren de meeste leerkrachten dit niet noodzakelijk als een positieve evolutie. In verschillende internationale studies (o.a. Pew Internet Project of Common Sense Media) geven leerkrachten aan dat ze het gevoel hebben dat jongeren niet meer in staat zijn om zich langdurig te concentreren of er bij uitdagende opdrachten sneller de brui aan geven. Leerkrachten vinden dat ze steeds harder moeten werken om jongeren gemotiveerd te houden.

Toch stellen heel wat experts (o.a. Daniel Willingham1 ) zich hierbij vragen. Nieuwe media zullen er niet plots voor zorgen dat ons brein er fundamenteel anders uitziet dan enkele decennia geleden of dat jongeren zich niet meer langdurig zouden kunnen concentreren. Tevens kunnen jongeren zich wat hun aandacht betreft, nog steeds, net zoals hun ouders vroeger, uren verliezen in een spannende film, boek of spel. Waar het schoentje lijkt te knellen is bij taken die hen minder boeien of wat ze als de moeite waard beschouwen om aandacht aan te besteden. Dit betekent dat de uitdaging voor leerkrachten wel groter kunnen geworden zijn.

 1http://www.danielwillingham.com/1/post/2012/11/is-technology-changing-how-students-learn.html

[keer terug naar het overzicht]

Stelling 2: We benutten slechts een klein deel van onze totale breincapaciteit.


(1 = helemaal niet akkoord; 5 = helemaal akkoord)

Sommige leerkrachten troosten zich bij het zien van hun leerlingenresultaten met het idee dat sommige van de kinderen in hun klas slechts 10% van hun hersenen gebruiken. Dit blijkt echter één van de meest hardnekkige breinmythes waar toch velen in blijven geloven1. Waarschijnlijk mede door de vele hersenscans die overal opduiken. Daarop wordt meestal enkel het gebied gekleurd dat opvallend meer actief is, wat niet wil zeggen dat de andere hersendelen niet zouden werken.

Positief is wel dat heel wat leerkrachten er mogelijk van overtuigd zijn dat er meer potentieel in hun leerlingen aanwezig is en er nog ruimte is voor groei maar dat hun leerlingen hun brein misschien niet op de meest efficiënte manier gebruiken. Voor het onderwijs blijft het belangrijk om niet alleen te focussen op beperkingen maar ook mogelijkheden te zien. Dat is veel belangrijker dan je af te vragen of we maar 10% van onze hersenen gebruiken2.

1 Zie oa Geake, J. (2008). Neuromythologies in education. Educational Research, 50(2), 123-133. doi: 10.1080/00131880802082518
2 De Bruyckere, P, Hulshof, C. (2013) Jongens zijn slimmer dan meisjes. Leuven: LannooCampus/VanDuurenMedia

[keer terug naar het overzicht]

3. Kinderen leren meer via traditioneel klassikaal onderwijs.

 
(1 = helemaal niet akkoord; 5 = helemaal akkoord)

Welke onderwijsaanpak is het meest efficiënt? Beiden vertonen weinig verschil in leereffecten1 . Er zijn maar weinig studies die suggereren dat één van beide methodes meer leereffecten oplevert dan de andere. Er zijn landen waarin traditioneel onderwijs slechte resultaten oplevert, maar er zijn ook 'traditionele' landen die heel goed scoren.2

Bovendien zijn er andere factoren die een veel grotere impact hebben, bv voorkennis.
In de praktijk is het gelukkig zelden een of-of verhaal. Goede leerkrachten zoeken steeds een gezond evenwicht tussen beide uitersten.

Deze grafieken vertellen wel ook een zeer positief verhaal: Heel wat leerkrachten hebben blijkbaar zin voor 'vernieuwing'. Ze willen andere dingen uitproberen.3

1 Brown, M. (2012). Traditional versus progressive education. In: Adey, P., & Dillon, J. (Eds.). (2012). Bad education. Maidenhead, U.K.: Open University Press
2 Economist Intelligence Unit. (2012, November 28). The Learning Curve (Rep.). Retrieved November 28, 2012, from Pearson website: http://thelearningcurve.pearson.com/the-report.
3 Hier speelt wellicht een vertekening mee door de manier van afname van de enquête, namelijk via een online tool.

[keer terug naar het overzicht]

4. Sommige mensen hebben een uitgesproken visuele, auditieve of kinesthetische leerstijl.

 
(1 = helemaal niet akkoord; 5 = helemaal akkoord)

 

Voor velen voelt het intuïtief juist aan dat er mensen zijn die veeleer visueel leren, anderen auditief en nog anderen kinesthetisch (door dingen te doen, te koppelen aan beweging). Toch is ook dit een mythe. Enkele jaren geleden ontdekte ik op Youtube een filmpje van Daniel Willingham met als titel 'Learning Styles don't exist'.

Het klopt dat de ene persoon misschien net iets beter is in het onthouden van beelden dan iemand anders maar daardoor zal die persoon niet beter leren als alle leerstof op een visuele manier wordt aangeboden. Als je mensen vraagt om iets te onthouden, gaat het meestal niet over wat ze zien of horen maar wel over de betekenis, niet hoe iets klinkt of eruit ziet. Ook op school is dat het geval.

Er bestaan veel verschillende leerstijlindelingen maar uit onderzoek blijkt dat voor de meeste hard wetenschappelijk bewijs ontbreekt1, waaronder ook het bekende model van Kolb. Bovendien heeft men ook nog geen grote meerwaarde kunnen vaststellen bij het rekening houden met leerstijlen in de klas.

Wat wel helpt is bijvoorbeeld om de leerstof op een concrete manier voor te stellen, aan te sluiten bij de leefwereld van de leerlingen en hun voorkennis.

1Coffield, F. Moseley, D., Hall, E. & Ecclestone, K. (2004) Learning styles and pedagogy in post-16 learning. A systematic and critical review. London: learning and Skills Research Centre

[keer terug naar het overzicht

5. Er bestaan bepaalde bewegingsoefeningen die je brein tot beter leren stimuleren.

(1 = helemaal niet akkoord; 5 = helemaal akkoord)

Het antwoord op deze vraag is niet éénduidig. Wanneer je met bewegingsoefeningen refereert aan 'Brain Gym' dan moeten we je helaas ontgoochelen1. Ook Brain Games zullen je niet tot beter leren stimuleren.

Toch blijken er ook studies te bestaan die aantonen dat lichaamsbeweging een positief effect heeft op het leervermogen van jong en oud. Zo kunnen scholen misschien de dag starten met lichaamsbeweging, iets wat ook door Dylan William, een Engelse onderwijsexpert, in the Classroom Experiment werd voorgesteld. Uit vooral Amerikaans onderzoek blijkt dit de hersenen te stimuleren en zorgt het voor een grotere motivatie bij de leerlingen en vooral een grotere alertheid. De leerlingen getuigen dat het een goede breuk is met wakker worden en ze lijken effectief gemotiveerd2.

Ook via de Twitter account van de neurowetenschapper Jelle Jolles ontdekten we een link naar een studie waarin wordt bevestigd dat het trainen van fysieke activiteit bij kids een effect heeft op hun hersenactiviteit én cognitie. 

1Zie ook reportage over Braingym in Newsnight, 2/04/2008 http://youtu.be/M5rH7kDcFpc en http://youtu.be/YjRhYP5faTU
2
meer hierover via  http://xyofeinstein.wordpress.com/2010/09/29/the-classroom-experiment-ik-wil-geen-vingers-zien-en-alle-andere-tips

[keer terug naar het overzicht

6. Er zijn andere intelligenties dan het klassieke IQ die schoolse resultaten kunnen voorspellen.

(1 = helemaal niet akkoord; 5 = helemaal akkoord)

 Het blijkt vooralsnog de klassieke IQ-test te zijn die een voorspellende waarde (geen absolute!) heeft op vlak van schoolse resultaten.

In het onderwijs is men al enkele jaren vol van de meervoudige intelligentietheorie van Howard Gardner. Waarom is dit idee zo aantrekkelijk voor veel mensen? Op basis van deze theorie zou je ook op andere vlakken intelligent kunnen zijn, zelfs als je niet uitzonderlijk hoog scoort op een klassieke IQ -test. Het mooie aan de mensen die deze theorie volgen is dat ze verschillen erkennen bij mensen.

Toch schort er iets aan de fundamenten van deze theorie. Ook Gardner zelf bekritiseert de manier waarop zijn theorie in het onderwijs te vaak verkeerd wordt ingeschat. Ook de benaming 'intelligenties' is niet echt terecht1 omdat ze net de voorspellende waarde eigen aan intelligentie niet bezitten.

Maar dit ontslaat je als leerkracht niet om op zoek te gaan naar en aanspraak te maken op de verschillende talenten van je leerlingen. Je ziet echter in heel wat scholen steeds vaker de term 'knap' opduiken om de 'intelligenties' eerder als talenten in de verf te zetten.

1Daniel Willingham - Reframing the mind 

[keer terug naar het overzicht]

7. Leerkrachten stemmen hun onderwijsstijl best af op zichzelf dan op de leerstijl van hun leerlingen.

(1 = helemaal niet akkoord; 5 = helemaal akkoord)

Je lesaanpak afstemmen op de leerstijl van je leerlingen levert weinig leereffect op. Opmerkelijk is dat leerkrachten hier anders over denken. We verwijzen hierbij naar onder andere de meta-analyses die John Hattie1 verrichtte. In een meta-analyse is hij op zoek gegaan naar de variabelen die het meeste invloed hebben op het realiseren van succesvolle leerprocessen bij lerenden en die het meeste aandacht verdienen van leraren, directies en beleidsmakers om een echt verschil te maken.

  • Een effectgrootte tussen 0 en 0,20 is te verklaren door de gewone ontwikkeling van de jongere
  • Tussen 0,20 en 0,40 een matig leereffect, geen meerwaarde
  • Boven de 0,40 wordt het relevanter

Rekening houden met verschillende leerstijlen heeft slecht een effect van 0,41. Een leerkracht les laten geven op een manier die hem het beste ligt, heeft een groter effect (0,65).

1Hattie, J. (2009). Visible learning: A synthesis of over 800 meta-analyses relating to achievement. London: Routledge.

[keer terug naar het overzicht]

8. De kracht van mindmapping ligt in het benutten van beide hersenhelften.

(1 = helemaal niet akkoord; 5 = helemaal akkoord)

Deze stelling zijn resultaten minder sterk uitgesproken. Een grote groep antwoordt hier 'neutraal'. Toch is er ook hier slechts een heel kleine minderheid die deze mythe resoluut naar de prullenmand durft te verwijzen.
Het klopt dat elke hersenhelft zich specialiseert in het uitoefenen van bepaalde taken. Zo zijn bepaalde taalkundige functies eerder in de linkerhersenhelft te situeren en andere functies eerder in de rechterhersenhelft, bijvoorbeeld ruimtelijke vaardigheden. Toch mogen we die verschillen niet overbenadrukken. Beide helften werken heel nauw samen en zijn meestal allebei betrokken bij het uitoefenen van cognitieve taken.

De kracht van mindmapping zit hem niet zozeer in het benutten van je beide hersenhelften (dat doe je sowieso!). Wel in het feit dat je de leerstof op een actieve manier verwerkt, nadenkt hoe de begrippen zich ten opzichte van elkaar verhouden, je bewust afweegt welke woorden je in de mindmap wilt opnemen waardoor je de informatie op een actieve manier verwerkt.

 

Uw mening telt!

Heeft u zelf opmerkingen over deze enquête, deel ze via de discussiegroep van Leren.Hoe?Zo! op LinkedIn.